Articles

Straalmolen geschiedenis volledig

De Straalmolen is een watermolen gelegen op de Grote Nete, nabij de samenvloeiing met de Heiloop en de grens met Balen. Ondanks zijn huidig "modern" voorkomen heeft Straalmolen meer dan 6 eeuwen geschiedenis achter de rug. Opmerkelijk daarbij is dat hij haast al die tijd in werking is geweest.

Vanaf 1374 werd Straalmolen vernoemd, behorende tot het domein van de Heren van Olmen. In de 15e eeuw kwam hij in handen van de Noord-Brabantse familie van Bakhoven. Tijdens de middeleeuwen en het ancien regime was het de banmolen van Olmen. De vroegst gekende molenaar was de Meerhoutenaar Jaspar Vijts die in 1541 de molen pachtte. Door verkoop kwam Straalmolen, samen met de heerlijkheid Olmen, in 1596 aan de familie Damant en even later door vererving aan de familie van Varick.

De molen brandde af in 1613 maar werd herbouwd. In 1651 liet waarin molenaar Adriaen Beerten een smout- en schorsmolen toevoegen. Omstreeks deze periode bereikte Straalmolen de grootste bloei uit zijn geschiedenis. In 1683 behoorde hij tot de vijf meest renderende molens van de provincie Antwerpen. Opnieuw door brand vernield in 1696 en nog hetzelfde jaar heropgebouwd; in 1766 nogmaals volledig uitgebrand, heropgebouwd in 1767, doch zonder smout- en schorsmolen.

Van omstreeks die tijd is hij eigendom van de Waaslandse familie de Clippele. Als molenaar kwam de familie Leysen op de molen die ook de Leyssensmolen of "Treitermolen"  bouwde, een standerdmolen.

Moeilijke tijden breken aan. Met de Franse Revolutie en de afschaffing van de heerlijke rechten kwam de concurrentie van de zogenaamde vrije molens. In 1811 besloot de Clippele tot verkoop van zijn watermolen. Een koper kwam echter niet opdagen. Maar zie, er komen betere tijden. Als je maar blijft geloven en mits de juiste man op de juiste plaats. Het wass Francis Leysen die in 1809 op de molen kwam en die er na verloop van tijd een winstgevende zaak van wist te maken. Tot in 1919 - met een onderbreking van 1885 tot 1890 - bleef de familie Leysen Straalmolen bemalen.

Tijdens het burgemeesterschap van Victor Leysen (1908-1919) brandde het molenhuis volledig uit, waarbij de molenaar zich slechts op het nippertje kan redden. Het gerucht deed de ronde dat er brandstichting in het spel was, vermits in die periode de politieke hartstochten in Olmen hoog oplaaiden. Tot in 1934 werd het dan Eugeen Voordeckers.

Inmiddels was de molen in bouwvallige toestand geraakt en de nazaten van de familie de Clippele zagen tegen herstellingen op. Straalmolen werd verkocht aan de kinderen Van Elsen.

In 1934 werd een geheel nieuw bakstenen gebouw opgetrokken en werd het onderslagwiel vervangen door een Francisturbine, vermoedelijk gemaakt door Koppen-Frings uit Maastricht. De houten kamwielen werden vervangen door gietijzeren raderwerk. Het schilderachtige aspect moest wijken voor het functionele, wat de levenskracht van de molen dan weer ten goede is gekomen.

In 1982 kwam de huidige molenaar, Jef Druyts op de molen. Hij liet herstellings- en restauratiewerken uitvoeren onder leiding van architect P. Gevers (Kasterlee) in samenwerking met de molenmakersfirma Adriaens (Weert). In de onmiddellijke omgeving, aan de overzijde van de straat werd in 1989 een ontmantelde Kempische schuur (18de-19de eeuw) uit Kasterlee (Groot Rees) heropgebouwd, nu in gebruik als magazijn. Door het bouwen van deze schuur is er extra opslagruimte en kan de zaak verder uitgebouwd worden. De Straalmolen is dan ook één van de laatste nog beroepsmatig werkende watermolens.

In de jaren 1990 belandde de molen in een onverdeeldheid, na het overlijden van de laatste rechtstreekse erfgenaam. Omstreeks 1995 was er een eerste keer sprake van een eventuele verkoop. Uiteindelijk werd de Straalmolen openbaar verkocht op 4 juni 2010. Op deze verkoop slaagde molenaar Jef Druyts erin om het hoogste bod uit te brengen. Na het uitblijven van een hoger bod werd de molen definitief toegewezen aan de molenaar en zijn echtgenote. Zij voorzien een grondige renovatie.